ECLI:NL:RBDHA:2022:338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas over politieke vervolging en vlucht
Eiser, een Nigeriaanse buschauffeur, diende op 15 maart 2019 een asielaanvraag in Nederland in, stellende dat hij vanwege politieke problemen en een dreiging met verkiezingsverstoring moest vluchten. Hij verklaarde dat hij betrokken werd bij een poging tot verkiezingsfraude en dat zijn zoon overleed tijdens zijn vlucht.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser diverse tegenstrijdige en wisselende verklaringen had afgelegd over zijn relaas, waaronder over de rol van een vriend, de inhoud van een tas met geld en een geweer, en de omstandigheden rond de dood van zijn zoon.
Eiser voerde aan dat zijn verklaringen passend waren bij de situatie in Nigeria en dat hij onredelijk werd behandeld, onder meer omdat bewijs van zijn verhaal niet kon worden verlangd en hij pas na twee jaar werd bevraagd over medische klachten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het relaas ongeloofwaardig vond vanwege de wisselingen en tegenstrijdigheden in de verklaringen, het ontbreken van ondersteunend bewijs en de onvoldoende onderbouwing van de medische gegevens. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege een ongeloofwaardig relaas.