ECLI:NL:RBDHA:2022:3423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag volgens het Dublinverdrag.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 6 april 2022 behandeld in Breda, waarbij verzoeker niet is verschenen.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan.