Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, kreeg aanvankelijk een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd toegekend onder tijdelijke humanitaire gronden, nadat hij aangifte had gedaan van mensenhandel. Het Openbaar Ministerie beëindigde het strafrechtelijk onderzoek voortijdig omdat geen sprake was van mensenhandel in zijn situatie. Op basis hiervan trok verweerder de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht per 30 juli 2020 in en legde een terugkeerverplichting op.
Eiser voerde aan dat de intrekking niet met terugwerkende kracht mocht plaatsvinden en dat zijn rechten op privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro werden geschonden. De rechtbank oordeelde dat de intrekking conform de toepasselijke richtlijnen en wetgeving is en dat het vertrouwen van eiser niet is geschonden. Ook is geen sprake van schending van het recht op privéleven, mede omdat eiser het grootste deel van zijn leven in Algerije heeft doorgebracht.
Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet is geschonden omdat het bestuursorgaan redelijkerwijs kon aannemen dat het bezwaar geen ander besluit zou opleveren. Het beroep tegen het bestreden besluit is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking blijft in stand.