Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoeker,
- de officier van justitie,
- de rechter.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.M. Meessen, rechter in de rechtbank Den Haag, omdat hij meende dat de rechter bevooroordeeld was door de beslissing om twee zaken met verschillende parketnummers samen te voegen. Verzoeker vond dat de rechter bewijsmateriaal negeerde dat in zijn voordeel sprak.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij gegronde vrees voor vooringenomenheid, hetgeen een zwaarwegende aanwijzing vereist. De beslissing om zaken te voegen was gebaseerd op het relevante verband tussen de tenlastegelegde feiten en is een gebruikelijke procedurele maatregel. Verzoeker erkende deze grondslag maar verzette zich tegen de voeging vanwege de vermeende negatieve uitstraling.
De wrakingskamer benadrukte dat rechterlijke tussenbeslissingen, zoals de voeging, niet als basis voor wraking kunnen dienen, tenzij de motivering zodanig gebrekkig is dat deze wijst op vooringenomenheid. Dit was hier niet het geval. Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en niet inhoudelijk behandeld. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en afgewezen.