ECLI:NL:RBDHA:2022:3440
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking afgewezen wegens indiening na einduitspraak in hoofdzaken
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter mr. G.M.A. van Zaltbommel-Uittenbogaard in twee zaken betreffende onderbewindstelling en mentorschap. Beide zaken waren reeds bij afzonderlijke beschikkingen toegewezen op 8 december 2021.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek kennelijk ongegrond en niet-ontvankelijk was omdat het verzoek pas na de einduitspraak in de hoofdzaken werd ingediend. De wet voorziet niet in wraking na een einduitspraak in de zaak van de verzoeker.
Verzoekster stelde dat zij pas na kennisname van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling kennis had genomen van de feiten die het wrakingsverzoek rechtvaardigden, maar dit veranderde niets aan de ontvankelijkheid.
Er werd geen mondelinge behandeling gehouden omdat de wet dit alleen voorziet voor het debat over de gegrondheid, en dat debat niet aan de orde was. De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en zond de beslissing toe aan verzoekster, haar gemachtigde en de rechter.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na einduitspraak in de hoofdzaken werd ingediend.