ECLI:NL:RBDHA:2022:3440

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 februari 2022
Publicatiedatum
14 april 2022
Zaaknummer
C/09/624213 / KG RK 22-90
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wraking afgewezen wegens indiening na einduitspraak in hoofdzaken

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter mr. G.M.A. van Zaltbommel-Uittenbogaard in twee zaken betreffende onderbewindstelling en mentorschap. Beide zaken waren reeds bij afzonderlijke beschikkingen toegewezen op 8 december 2021.

De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek kennelijk ongegrond en niet-ontvankelijk was omdat het verzoek pas na de einduitspraak in de hoofdzaken werd ingediend. De wet voorziet niet in wraking na een einduitspraak in de zaak van de verzoeker.

Verzoekster stelde dat zij pas na kennisname van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling kennis had genomen van de feiten die het wrakingsverzoek rechtvaardigden, maar dit veranderde niets aan de ontvankelijkheid.

Er werd geen mondelinge behandeling gehouden omdat de wet dit alleen voorziet voor het debat over de gegrondheid, en dat debat niet aan de orde was. De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en zond de beslissing toe aan verzoekster, haar gemachtigde en de rechter.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na einduitspraak in de hoofdzaken werd ingediend.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummer 2022/1
zaak- /rekestnummer: C/09/624213 / KG RK 22-90
Beslissing van 2 februari 2022
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
gemachtigde mr. J.B.G. Gelissen, advocaat te Sittard,
strekkende tot de wraking van
mr. G.M.A. van Zaltbommel-Uittenbogaard,
kantonrechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 24 januari 2022.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaken met nummer 9495067 \ EJ VERZ 21-85920 en 9495103 \ EJ VERZ 21-85922, betreffende respectievelijk een verzoek tot onderbewindstelling en een verzoek tot het instellen van een mentorschap. Beide verzoeken zijn bij afzonderlijke beschikkingen van 8 december 2021 toegewezen.

3.De beoordeling

3.1.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaken einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Dit wordt niet anders door de stelling van verzoekster dat zij pas na kennisname van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in de hoofdzaken kennis heeft genomen van de feiten en omstandigheden die grond vormen voor het wrakingsverzoek.
3.2.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer
4.1.
verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• verzoekster p/a haar gemachtigde;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. M.J. Alt-van Endt, S.M. Krans en J.C. Sluymer, in tegenwoordigheid van de griffier mr. I. Diephuis-Timmer en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2022.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.