De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €98.014,25 verdeeld over 24 schuldeisers. Hij heeft een voorstel gedaan waarbij een deel van de schulden wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Hoewel 23 schuldeisers instemmen, weigert ABN AMRO, met een vordering van €67.003,62 (68,36%), het akkoord te accepteren.
De rechtbank beoordeelt het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord en stelt vast dat de schuldbemiddeling door de gemeente Den Haag op juiste wijze is uitgevoerd. De rechtbank weegt de belangen van alle partijen en concludeert dat het onredelijk is dat ABN AMRO weigert in te stemmen, mede omdat het voorstel goed onderbouwd is en het maximaal haalbare aanbod betreft gezien de arbeidsongeschiktheid en beperkte verdiencapaciteit van verzoeker.
ABN AMRO voert aan dat het voorstel niet goed is gedocumenteerd, er onduidelijkheden zijn over arbeidsongeschiktheid en dat het voorstel niet het maximaal haalbare is. De rechtbank weerlegt deze punten, stelt dat de documentatie voldoende is, de arbeidsongeschiktheid helder is en dat het voorstel het maximaal haalbare betreft gezien de situatie van verzoeker.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af omdat het dwangakkoord wordt toegewezen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2022 door rechter A.C.M. Höppener.