ECLI:NL:RBDHA:2022:3544
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd
Eisers, vader en zoon, dienden aanvragen in voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, welke door verweerder zijn afgewezen. Vervolgens werd het bezwaar tegen deze besluiten niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijn waren ingediend.
Eisers voerden aan dat de maatschappelijk werkster van de school de hersteltermijn verkeerd had geïnterpreteerd, waardoor zij dachten tot 20 oktober 2021 de tijd te hebben. De rechtbank oordeelt echter dat deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en dat de door eisers aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om het verzuim te rechtvaardigen.
De rechtbank beperkt haar oordeel tot de ontvankelijkheid van het bezwaar en gaat niet in op de inhoudelijke bezwaren over het toetsingskader of de verstrekte verblijfssticker. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens niet tijdig indienen van de bezwaarschriftgronden.