ECLI:NL:RBDHA:2022:3550
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens te late indiening beroepsgronden in vreemdelingenzaak
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden. Opposant stelde dat hij dacht de gronden al te hebben ingediend en dat hij deze na contact alsnog heeft ingediend. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheid geen reden is om het verzuim te verontschuldigen, aangezien het de verantwoordelijkheid van opposant is om tijdig te handelen.
In de verzetprocedure beoordeelde de rechtbank of het eerdere oordeel terecht was dat het beroep niet-ontvankelijk was. Opposant voerde aan dat de rechtbank had moeten navragen waarom de gronden te laat waren ingediend, maar de rechtbank stelde dat zij niet verplicht was dit te doen en dat opposant geen andere redenen voor de termijnoverschrijding had gegeven.
De rechtbank handhaafde het eerdere oordeel en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard omdat de beroepsgronden niet tijdig zijn ingediend en geen verschoonbare omstandigheden zijn aangevoerd.