ECLI:NL:RBDHA:2022:3613

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2022
Publicatiedatum
19 april 2022
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4437
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:13 AwbArt. 8:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig bezwaar bij Wob-verzoek

De Stichting Rookpreventie Jeugd heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport inzake een Wob-verzoek. Het primaire besluit dateert van 21 december 2018, waarbij het verzoek gedeeltelijk werd toegewezen. Alleen NEN/ISO maakten bezwaar tegen dit besluit, niet de Stichting Rookpreventie Jeugd.

De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een beroep niet-ontvankelijk is indien een belanghebbende geen bezwaar heeft gemaakt terwijl dit redelijkerwijs van hem verwacht kon worden. De Stichting Rookpreventie Jeugd heeft geen bezwaar ingediend en kon ter zitting geen verklaring geven voor het uitblijven daarvan.

Daarom wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Den Haag op 15 april 2022.

Uitkomst: Het beroep van Stichting Rookpreventie Jeugd wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig maken van bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/4437

uitspraak van de meervoudige kamer van 15 april 2022 in de zaak tussen

Stichting Rookpreventie Jeugd, te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. A.H.J. van den Biesen)
en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder

(gemachtigde: mr. S. J.D. Eillyas).
Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen:
Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie-Instituut (NEN)en
International Organization for Standardization (ISO)(hierna: aangeduid als NEN/ISO)
(gemachtigde: mr. E. Dans).

Procesverloop

Bij besluit van 21 december 2018 (het primaire besluit, kenmerk DWJZ-2018.069) heeft verweerder het verzoek van eiseres op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gedeeltelijk toegewezen.
NEN/ISO hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 17 februari 2020 (het bestreden besluit, kenmerk DWJZ-2019-000035) heeft verweerder het bezwaar van de derde partijen ongegrond verklaard.
NEN/ISO hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (procedurenummer SGR 20/1653).
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van eiseres, met toepassing van artikel 8:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), doorverwezen naar deze rechtbank.
Partijen hebben nadere stukken ingediend. Verweerder heeft een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 maart 2022.
Deze zaak is gevoegd behandeld met de beroepen met de procedurenummers SGR 20/4320 en SGR 20/1653.
Voor eiseres is drs. [A] verschenen, bijgestaan door de gemachtigde.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voor verweerder zijn tevens verschenen [B] en mr. [C] .
Voor NEN/ISO zijn verschenen [D] , [E] en [F] , vertegenwoordigd door de gemachtigde.
Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst. In elke zaak is afzonderlijk uitspraak gedaan.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen bezwaar heeft gemaakt.
2 Vaststaat dat alleen NEN/ISO bezwaar hebben gemaakt tegen het primaire besluit van 21 december 2018. Eiseres heeft geen bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres meegedeeld dat geen verklaring kan worden gegeven voor het feit dat zij destijds geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit. Nu niet gebleken is dat het eiseres redelijkerwijs niet kan worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt is het beroep van eiseres niet-ontvankelijk. De rechtbank behandelt het beroep daarom niet inhoudelijk.
3 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzitter, mr. M.J.L. van der Waals en mr. H.G. Molenaar-Geurtsen, leden, in aanwezigheid van mr. B.M. van der Meide, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 april 2022.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.