ECLI:NL:RBDHA:2022:3622
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 2 december 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 23 maart 2022 behandeld, waarbij partijen niet zijn verschenen. Op dezelfde dag is op het beroep uitspraak gedaan in zaaknummer NL21.19262.
Gezien de uitspraak op het beroep wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op hetzelfde moment op het beroep is beslist.