ECLI:NL:RBDHA:2022:3683
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding en gezondheidsrisico
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, vroeg een visum kort verblijf aan voor familiebezoek bij haar echtgenoot in Nederland. De aanvraag werd geweigerd omdat zij onvoldoende sociale en economische binding met Marokko kon aantonen en vanwege een gezondheidsrisico gerelateerd aan de COVID-19-pandemie.
Na bezwaar en hernieuwd onderzoek, waarbij een waarborgsom werd aangeboden, handhaafde de Staatssecretaris de weigering. De rechtbank oordeelde dat de sociale en economische binding onvoldoende was aangetoond, mede omdat eiseres geen eigen gezin of substantiële inkomsten in Marokko heeft. De waarborgsom kon niet worden meegewogen vanwege de ex tunc-toetsing.
De rechtbank concludeerde dat de weigering terecht was en dat de hoorplicht niet was geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard.