De kantonrechter te Den Haag behandelde het verzoek van een betrokkene die onder curatele staat wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand, om toestemming te verkrijgen voor het aangaan van een huwelijk. Uit de stukken en de zitting bleek dat de geestvermogens van betrokkene niet zodanig zijn gestoord dat hij niet in staat is zijn wil te bepalen of de gevolgen van het huwelijk te overzien.
De kantonrechter acht het in het belang van betrokkene om het huwelijk aan te gaan met zijn partner. De toestemming wordt daarom verleend onder de voorwaarde dat betrokkene en zijn partner vóór het huwelijk huwelijkse voorwaarden opstellen, waarin wordt bepaald dat er geen huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap zal bestaan.
Betrokkene krijgt de gelegenheid om een verzoek tot toestemming voor het maken van huwelijkse voorwaarden in te dienen, samen met een concept van de notariële akte. De kantonrechter houdt verdere beslissing aan totdat dit verzoek is ingediend.
De beschikking is uitgesproken op 23 maart 2022 en tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de uitspraak, uitsluitend via een advocaat.