ECLI:NL:RBDHA:2022:388
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vrouw krijgt uitsluitend gebruik sociale huurwoning en medehuurderschap toegewezen
Partijen hadden een affectieve relatie en een islamitisch huwelijk, waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. De vrouw heeft het ouderlijk gezag en draagt het grootste deel van de zorg. De relatie is beëindigd, maar beiden wonen nog in de sociale huurwoning waarvan de man de huurder is.
De vrouw vordert het uitsluitend gebruik van de woning met uitsluiting van de man, ontruiming door de man binnen 24 uur en medewerking van de man aan het medehuurderschap. De man verzet zich tegen deze vorderingen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft vanwege de beëindiging van de relatie en de zorg voor de kinderen. Het belang van de kinderen en de stabiele woonsituatie wegen zwaar. De vrouw krijgt het uitsluitend gebruik toegewezen met een termijn van veertien dagen voor ontruiming. Ook wordt de man veroordeeld mee te werken aan het medehuurderschap, bij weigering treedt het vonnis in de plaats van zijn medewerking.
De kosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vrouw krijgt het uitsluitend gebruik van de woning en het medehuurderschap toegewezen, de man moet binnen veertien dagen ontruimen en meewerken aan de huurovereenkomst.