Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam 1], verzoeker, V-nummer: [Nummer 1]
[Naam 3]
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. De verzoekers hebben tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de afwijzing tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 7 april 2022 behandeld, waarbij verzoekers zijn verschenen met hun gemachtigde en een tolk. De staatssecretaris was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter verwijst naar de eerdere uitspraak in de gerelateerde zaken NL22.3950 en NL22.3952, waarin reeds op het beroep is beslist. Gezien die beslissing wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 28 april 2022. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt afgewezen.