ECLI:NL:RBDHA:2022:3935
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord tegen ING Bank wegens problematische schulden
Verzoeker verkeert in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van circa €250.000 verdeeld over 22 schuldeisers. Hij heeft een schuldregeling (prognoseakkoord) aangeboden waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. De ING Bank, als grootste schuldeiser met 85,85% van de schulden, stemde niet in met het voorstel, terwijl de overige schuldeisers wel akkoord gingen.
De rechtbank heeft het verzoek van verzoeker behandeld om de ING Bank te dwingen mee te werken aan het dwangakkoord. Uit de procedure blijkt dat verzoeker volledig arbeidsongeschikt is verklaard voor zes maanden en dat het voorstel het maximaal haalbare is, gebaseerd op zijn afloscapaciteit en inkomen. De schuldbemiddeling is uitgevoerd door een bevoegde instantie, de gemeente, en het voorstel is goed gedocumenteerd.
De rechtbank overweegt dat hoewel het normaal is dat schuldeisers volledige betaling verlangen, het belang van een schuldenvrije toekomst voor de verzoeker en de instemmende schuldeisers zwaarder weegt. De weigering van de ING Bank wordt als onredelijk beoordeeld, mede omdat het dwangakkoord een gunstiger resultaat biedt dan de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot oplegging dwangakkoord tegen ING Bank wordt toegewezen en WSNP-verzoek afgewezen.