ECLI:NL:RBDHA:2022:3981
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring sociale huurwoning wegens mogelijkheid tijdelijke huisvesting
Eiseres en haar partner zijn uit elkaar gegaan en de gezamenlijke woning is verkocht. Eiseres zoekt dringend een woning voor zichzelf en haar twee minderjarige kinderen. Zij vroeg een urgentieverklaring aan voor een sociale huurwoning, maar deze werd door verweerder afgewezen omdat zij binnen zes maanden zelf een tijdelijke woonruimte kan vinden.
Eiseres stelt dat zij dakloos dreigt te worden en geen familie of vrienden heeft om op terug te vallen. Zij heeft geen succes gehad met noodoplossingen zoals divorcehousing.nl en vrouwenopvang en kan met de overwaarde van de gezamenlijke woning geen particuliere huurwoning betalen. Zij voert ook medische en psychosociale gronden aan voor urgentie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder beleidsvrijheid heeft bij het toekennen van urgentie en dat het restrictieve beleid niet onredelijk is gezien het grote aantal aanvragen en het beperkte woningaanbod. De rechtbank stelt dat eiseres geacht moet worden binnen zes maanden zelf een tijdelijke woonruimte te kunnen huren, waarbij het verschil in huurprijs kan worden voldaan uit de overwaarde. Het financieel overzicht van eiseres toont aan dat zij budget heeft om tijdelijk te huren.
Daarom mocht verweerder de aanvraag afwijzen op grond van artikel 20, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingsverordening. De medische en psychosociale gronden behoeven geen bespreking omdat niet aan de eerste cumulatieve voorwaarden is voldaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen urgentieverklaring.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.