ECLI:NL:RBDHA:2022:3996
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie beschikking hoofdverblijf minderjarige bij vader in afwachting hoger beroep
Partijen, voormalige echtelieden, zijn ouders van een minderjarige die in 2021 met de moeder naar een andere plaats verhuisde. De vader verzocht de rechtbank om het hoofdverblijf van het kind bij hem te bepalen en de verhuizing van de moeder te verbieden, tenzij binnen 15 kilometer van zijn woonplaats. De rechtbank bepaalde bij beschikking dat het hoofdverblijf bij de vader komt als de moeder niet binnen een bepaalde termijn terugverhuist.
De moeder stelde hoger beroep in en verzocht om schorsing van de uitvoerbaarheid van deze beschikking. De rechtbank overwoog dat de belangenafweging, mede gezien het belang van het kind, in het voordeel van de moeder uitvalt. Het kind zou anders mogelijk meerdere keren moeten verhuizen, wat niet in zijn belang is.
De rechtbank bepaalde daarom dat de uitvoering van de beschikking wordt geschorst totdat het hoger beroep is afgerond, en dat partijen hun eigen proceskosten dragen. Tevens werd benadrukt dat partijen zich moeten inspannen voor een spoedige behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank schorst de uitvoerbaarheid van de beschikking over het hoofdverblijf van de minderjarige totdat het hoger beroep is afgerond.