Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van19 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: S.J.J.G. Fernandes),
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
11 mei 2021. Laatstgenoemde datum is door eiser aan verweerder voorgesteld.
4 november 2020 van Gerechtshof Den Haag. [2]
26 juli 2021 beroep ingesteld en de rechtbank doet op 19 april 2022 uitspraak in deze zaak. Tussen deze twee data is een periode van afgerond naar boven negen maanden verstreken. In beide rechterlijke fases is dan ook geen sprake geweest van een langere behandelingsduur dan gerechtvaardigd, waardoor de overschrijding van de redelijke termijn volledig aan verweerder wordt toegerekend. Aan eiser komt een schadevergoeding toe van € 1.000
(€ 500 per overschrijding van (een gedeelte van) een half jaar), te vergoeden door verweerder.
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 april 2022.