ECLI:NL:RBDHA:2022:4023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen arbeidsgeschiktheidsbesluit ZW-uitkering
Eiser, werkzaam als allround medewerker telefoonzaak, meldde zich ziek op 23 december 2019 en ontving een ZW-uitkering. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd vastgesteld dat eiser per 23 november 2020 arbeidsgeschikt is voor zijn eigen werk. Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing en voerde lichamelijke en psychische klachten aan die zijn arbeidsongeschiktheid zouden rechtvaardigen.
De verzekeringsarts b&b heroverwoog de belastbaarheid van eiser en concludeerde op basis van dossieronderzoek en een psychologisch rapport dat er geen reden was om af te wijken van het eerdere oordeel. De rechtbank beoordeelde de medische rapporten als zorgvuldig, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden. De klachten van eiser werden niet medisch geobjectiveerd en de psychologische bevindingen rechtvaardigden geen beperkingen die de arbeidsgeschiktheid zouden beïnvloeden.
De rechtbank oordeelde dat het werk van eiser licht en weinig belastend is, waardoor overschrijdingen in belastbaarheid niet aannemelijk zijn. Daarom is eiser terecht arbeidsgeschikt verklaard voor zijn eigen werk vanaf 23 november 2020. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het arbeidsgeschiktheidsbesluit wordt ongegrond verklaard.