ECLI:NL:RBDHA:2022:4047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag extra uren rechtsbijstand wegens forfaitair beleid
Eiser, een advocaat, had een aanvraag ingediend voor extra uren rechtsbijstand omdat zijn tijdsbesteding in een zaak de forfaitaire grens van 33 uren overschreed. Verweerder, het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, wees deze aanvraag af omdat er geen sprake was van een bijzondere rechtsvraag of een omvangrijk feitencomplex die een overschrijding rechtvaardigen.
Eiser voerde aan dat het besluit onbevoegd was genomen en dat verweerder een te beperkte maatstaf hanteerde door alleen te kijken naar bijzondere rechtsvragen of omvangrijke feitencomplexen. Hij stelde dat het feitencomplex wel degelijk omvangrijk was, onder meer vanwege de lengte van processen-verbaal en de tijdsbesteding van de tegenpartij.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit bevoegd was genomen door het hoofd Kwaliteit, conform de mandaatregeling. De rechtbank volgde het beleid van verweerder dat binnen het forfaitaire systeem niet elke overschrijding van uren leidt tot honorering. Er waren geen bijzondere feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. De stellingen van eiser over het omvangrijke feitencomplex waren onvoldoende om dit te onderbouwen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de vordering tot vergoeding van proceskosten af. Het vonnis werd uitgesproken op 4 mei 2022 door rechter G.P. Kleijn.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor extra uren rechtsbijstand is ongegrond verklaard.