Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de zitting
24 februari 2022 (inhoudelijke behandeling) en 10 maart 2022 (sluiting van het onderzoek ter terechtzitting).
2.De tenlastelegging
primair), dan wel dat hij hier medeplichtig aan is geweest (
subsidiair), dan wel dat hij samen met anderen en met voorbedachten rade geprobeerd heeft [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (
meer subsidiair), dan wel dat hij hier medeplichtig aan is geweest (
nog meer subsidiair), dan wel dat hij samen met anderen voorbereidingen heeft getroffen tot het plegen van een moord c.q doodslag of zware mishandeling met voorbedachten rade of openlijke geweldpleging (
nog meer subsidiair), dan wel dat hij hier medeplichtig aan is geweest (
meest subsidiair);
primair), dan wel dat hij hier medeplichtig aan is geweest (
subsidiair).
3.Bewijsoverwegingen
Hiervoor is vastgesteld dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de slachtoffers steekwonden hebben opgelopen. Vooropgesteld wordt dat de rechtbank dit ziet als ernstig letsel. Bij de beantwoording van de vraag of toegebracht letsel als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 302 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) moet worden aangemerkt dient echter de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel in aanmerking te worden genomen. De rechtbank heeft hiervoor reeds geconstateerd dat het dossier geen objectieve bewijsmiddelen bevat op grond waarvan de aard en ernst van de steekverwondingen, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel kan worden vastgesteld. De waarnemingen van de verbalisanten die het eerste ter plaatse waren en de beknopte verklaringen van de slachtoffers zelf zijn ontoereikend om het letsel van de beide slachtoffers aan te kunnen merken als zwaar lichamelijk letsel.
Uit het voorgaande volgt dat niet is gebleken dat de verdachte een significante of wezenlijke bijdrage aan het openlijk geweld heeft geleverd, zodat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van de tenlastegelegde openlijke geweldpleging. Ook is niet bewezen dat de verdachte inlichtingen zou hebben verschaft of voorbereidende gesprekken zou hebben gevoerd of dat hij het mes, dat hij zegt van een medeverdachte te hebben afgepakt, heeft meegenomen met het oog op het door anderen gepleegde geweld, zodat van medeplichtigheid aan het openlijk geweld evenmin sprake is.