ECLI:NL:RBDHA:2022:4093
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergoeding rechtsbijstand wegens belang dat zelf behartigd kan worden
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om de vergoeding voor verleende rechtsbijstand in te trekken. De intrekking vond plaats na een steekproefsgewijze controle in het kader van het High Trust-convenant. De kern van het geschil is of de vergoeding terecht is ingetrokken omdat het belang waarvoor de rechtsbijstand werd verleend, een belang betreft dat redelijkerwijs door eiseres zelf kan worden behartigd.
Eiseres betoogt dat het om een complexe juridische situatie gaat, omdat zij pas met de jaaropgave kon vaststellen dat zij mogelijk te weinig bijstandsuitkering heeft ontvangen. Verweerder stelt dat het bezwaar tegen de jaaropgave geen kans van slagen heeft en dat het belang feitelijk en rekenkundig van aard is, waarvoor geen advocaat nodig is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang feitelijk en rekenkundig is. Eiseres kan zelf een berekening maken en haar standpunt naar voren brengen. Een juridische complexe redenering is niet noodzakelijk, en bijstand van een advocaat is niet vereist.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 4 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergoeding voor rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard.