ECLI:NL:RBDHA:2022:4122
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging Rva-verstrekkingen wegens uitstel van vertrek
Verzoekster, een asielzoeker, had recht op Rva-verstrekkingen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingwet 2000 van 30 december 2020 tot 30 december 2021. Zij vroeg op 31 december 2021 om verlenging van dit uitstel van vertrek, maar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) had nog niet op haar aanvraag beslist toen het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) op 4 januari 2022 besloot de verstrekkingen per 28 januari 2022 te beëindigen.
Verzoekster stelde dat zij dringend afhankelijk is van deze verstrekkingen vanwege haar fysieke en psychische klachten en de noodzakelijke medische zorg die zij ontvangt in het asielzoekerscentrum. Zij vorderde een voorlopige voorziening om de beëindiging te schorsen totdat op haar aanvraag was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat het enkel aanvragen van artikel 64 Vw Pro geen recht op verstrekkingen geeft en dat het COA geen zelfstandige beoordelingsruimte heeft bij het toepassen van de Rva 2005. Wel kan in zeer bijzondere omstandigheden, zoals een acute medische noodsituatie, de verstrekking worden voortgezet. De medische situatie van verzoekster werd niet als zodanig beoordeeld, maar gezien de fysieke en psychische klachten en het spoedeisend belang, werd de belangenafweging in haar voordeel gemaakt.
Daarom werd het COA verboden de Rva-verstrekkingen te beëindigen totdat het verzoek om een voorlopige voorziening is behandeld en een uitspraak is gedaan. De behandeling van het verzoek werd verder aangehouden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het COA is verboden de Rva-verstrekkingen te beëindigen totdat het verzoek om voorlopige voorziening is behandeld en uitspraak is gedaan.