ECLI:NL:RBDHA:2022:4189
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering Participatiewet
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen vanwege het niet overleggen van gevraagde gegevens. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld, waarbij zij tevens een voorlopige voorziening heeft verzocht.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake was van een spoedeisend belang, gelet op de financiële situatie van verzoekster. Hoewel verzoekster een voorschot had ontvangen, was nog niet inhoudelijk beslist op de aanvraag en bleef onzekerheid over het recht op bijstand.
De gevraagde gegevens waren essentieel voor de beoordeling van het recht op bijstand. Verzoekster kon deze gegevens niet overleggen omdat zij in een echtscheidingsprocedure zat en haar echtgenoot de administratie beheerde. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat was de gegevens te verstrekken op het moment van het bestreden besluit.
Na de zitting heeft verzoekster aanvullende stukken ingediend, maar de rechter vond dat het recht op bijstand nog niet kon worden vastgesteld en dat een voorlopige voorziening niet noodzakelijk was. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.