De Gemeente Den Haag heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) wegens het te laat uitvoeren van een eerstejaarsherbeoordeling in het kader van de Ziektewet. Door deze vertraging moest de gemeente onverschuldigd ziekengeld betalen over de maanden maart tot en met mei 2020 en een arbeidskundig onderzoek laten verrichten.
Het UWV heeft aanvankelijk het verzoek afgewezen, maar verklaarde zich later bereid het ziekengeld en de kosten van het arbeidskundig onderzoek te vergoeden. De rechtbank heeft het verzoek tot schadevergoeding toegekend tot een bedrag van €6.484,44, bestaande uit het onverschuldigd betaalde ziekengeld en de kosten van het onderzoek.
De rechtbank heeft de gevorderde kosten van rechtsbijstand beoordeeld aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en geoordeeld dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om af te wijken van de forfaitaire vergoeding. Daarom is alleen een forfaitaire proceskostenvergoeding van €759,- toegekend, naast de vergoeding van het griffierecht.
Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en uitspraak heeft gedaan. De uitspraak is openbaar en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot beroep bij de Centrale Raad van Beroep.