Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
2. Welke lidstaat met toepassing van de in dit hoofdstuk beschreven criteria de verantwoordelijke lidstaat is, wordt bepaald op grond van de situatie op het tijdstip waarop de verzoeker zijn verzoek om internationale bescherming voor de eerste maal bij een lidstaat indient.
- de aanvraag tot nareis die door de vader van de gestelde verloofde ten behoeve van haar is gedaan, is in december 2020 ingewilligd;
- eiser heeft op 24 april 2021 een asielaanvraag ingediend in Nederland en in Frankrijk heeft hij geen asielaanvraag gedaan;
- de gestelde verloofde van eiser is in juli 2021 Nederland ingereisd om zich in het kader van nareis bij haar vader te voegen;
- eiser en zijn gestelde verloofde wensen samen te blijven en hebben dit beiden ter zitting ten overstaan van de rechtbank herhaald.
op het peilmomentniet kon worden aangemerkt als gezinslid dat als persoon die internationale bescherming geniet is toegelaten voor verblijf in Nederland vanwege haar latere feitelijke inreis en daardoor latere afgifte van haar verblijfsdocument en gelijktijdige ingangsdatum van het verblijfsrecht.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,-.