Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.De feiten
€ 3.060,09 inclusief BTW per maand.
Rechtbank Den Haag
In maart 2019 sloten partijen een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte. De huurovereenkomst werd op 30 september 2021 door de rechtbank ontbonden wegens tekortkomingen van de huurder, die tevens werd veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en boetes. De huurder stelde hoger beroep in en verzocht de kantonrechter om de executie van het vonnis te schorsen totdat het hoger beroep is beslist.
De kantonrechter overweegt dat de ontbinding van de huurovereenkomst een declaratoire beslissing is die niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en derhalve niet geschorst kan worden. De ontruiming en betaling vereisen wel nadere tenuitvoerlegging en kunnen uitvoerbaar bij voorraad zijn. De kantonrechter kan de belangenafweging die tot ontbinding heeft geleid niet opnieuw maken in deze executieprocedure.
De vordering tot schorsing wordt afgewezen. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter wijst erop dat de verhuurders zich blootstellen aan een schadevordering indien zij het vonnis ten uitvoer leggen en in hoger beroep in het ongelijk worden gesteld.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen en de eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.