Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op haar aanvraag voor een WIA-uitkering vanwege toegenomen arbeidsongeschiktheid. Nadat het UWV alsnog op de aanvraag heeft beslist en een uitkering met terugwerkende kracht heeft toegekend, heeft eiseres het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding en betaling van een dwangsom.
De rechtbank beoordeelt het verzoek tot proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb. Uit de faxrapportages blijkt dat de aanvraag en ingebrekestelling pas later zijn ontvangen dan eiseres heeft gesteld, waardoor op het moment van het indienen van het beroep de beslistermijn nog niet was verstreken en het UWV niet in gebreke was.
Daarom is geen sprake van een tegemoetkoming in de zin van de Awb en wordt het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen. Omdat het beroep is ingetrokken, ziet de rechtbank ook af van een oordeel over de dwangsom. De uitspraak is gedaan door rechter C.J. Waterbolk op 28 april 2022.