Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
5 juni 2020 wordt namelijk aangegeven dat eiser in het buitenland is en dat hij daarom beperkte toegang tot zijn e-mailaccount heeft. In de e-mail van 24 juni 2020, de reactie op het verzoek om informatie van 22 juni 2020, geeft de gemachtigde aan eerder niet op de hoogte te zijn geweest van de verblijfplaats van eiser, maar dat hij inmiddels heeft begrepen dat eiser weer in Nederland is. Verder geeft de gemachtigde aan dat eiser in Japan was in verband met onderhandelingen over werkzaamheden die in Tokio zouden worden uitgevoerd. Bij deze e-mail is de bevestiging van de boeking van een vlucht van Amsterdam naar Tokio, met 19 maart 2020 als vertrekdatum en 20 maart 2020 als aankomstdatum, gevoegd. De in voornoemde e-mails verstrekte informatie wekt hiermee de indruk dat eiser op 19 maart 2020 naar Tokio is vertrokken. Eiser heeft vóór 29 juni 2020 geen gegevens verstrekt over de datum waarop hij weer naar Nederland is teruggekeerd zoals bijvoorbeeld een retourticket zoals de bijstandsconsulent op 26 juni 2020 aan eisers gemachtigde heeft medegedeeld. Ook heeft hij binnen de gestelde termijn van 29 juni 2020 geen informatie overgelegd waaruit blijkt dat hij niet naar Japan is afgereisd. Dit had eiser kunnen doen door een kopie van zijn paspoort te overleggen, waaruit het ontbreken van de stempels blijkt. Eiser heeft gesteld, noch aannemelijk gemaakt dat het hem niet is te verwijten dat hij de gevraagde stukken niet tijdig heeft overgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank was verweerder dan ook bevoegd om eisers aanvraag met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb buiten behandeling te stellen. Met het besluit van een bestuursorgaan om een aanvraag buiten behandeling te stellen komt in beginsel een einde aan het besluitvormingstraject. Aard en inhoud van het besluit dat strekt tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag om bijstand brengen mee dat in beginsel geen betekenis toekomt aan gegevens of bescheiden die na het nemen van dat besluit alsnog zijn verstrekt. Hieruit volgt dat een bestuursorgaan bij het nemen van een besluit op bezwaar in het kader van zijn bestuurlijke heroverweging ingevolge artikel 7:11 van Pro de Awb eerst en vooral dient te beoordelen of het primaire besluit tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag rechtmatig was, waarbij het bestuursorgaan rekening mag houden met het bijzondere karakter van een besluit genomen krachtens artikel 4:5 van Pro de Awb. De omstandigheid dat na het nemen van het primaire besluit alsnog gegevens zijn overgelegd, behoort niet tot de wijzigingen in de situatie die bij voormelde heroverweging in aanmerking moeten worden genomen. Van dat uitgangspunt kan worden afgeweken indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest om de gevraagde gegevens of bescheiden binnen de gegeven hersteltermijn te verstrekken. Deze situatie doet zich niet voor. Gesteld noch gebleken is dat eiser niet in staat is geweest een retourticket of kopie van zijn paspoort vóór 29 juni 2020 in te leveren.