Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de asielaanvraag van verzoeker buiten behandeling te stellen. Dit besluit dateert van 3 december 2021. Verzoeker had tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij een gelijktijdige uitspraak in zaaknummer NL21.19295 werd het beroep ongegrond verklaard. Op grond hiervan werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, voorzieningenrechter, en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag is afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.