ECLI:NL:RBDHA:2022:4301
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsdocument wegens schijnrelatie
Eiser, met de Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij zijn vermeende partner, referente. Eerder was vastgesteld dat er sprake was van een schijnrelatie tussen hen, wat in eerdere procedures onherroepelijk was vastgesteld.
Na een nieuwe aanvraag en bezwaar heeft verweerder het verzoek afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die tot een andere beslissing konden leiden. Verweerder stelde dat eiser geen rechten kon ontlenen aan de Verblijfsrichtlijn omdat referente Nederland had verlaten en dat de relatie niet oprecht was.
Eiser voerde in beroep aan dat er wel nieuwe feiten waren, zoals een brief over het voornemen een woning te kopen, en dat een oprechte relatie alsnog mogelijk was. De rechtbank oordeelde echter dat de beroepsgronden identiek waren aan het bezwaar en dat verweerder hier voldoende op had gemotiveerd gereageerd. Daarom was het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.