ECLI:NL:RBDHA:2022:4303
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake afwijzing verblijfsdocument EU/EER niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 15 december 2020 is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, dat op 22 maart 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tijdens de bezwaar- en beroepsprocedure. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu het beroep door de rechtbank op de dag van de uitspraak ongegrond was verklaard, er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. van Nooijen op 9 mei 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdzaak reeds is afgewezen.