ECLI:NL:RBDHA:2022:4307
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en beroep tegen terugkeerrichtlijn in vreemdelingenrecht
Eiseres, een Boliviaanse staatsburger, kreeg op 7 mei 2021 een terugkeerbesluit opgelegd omdat zij niet rechtmatig in Nederland verbleef en geen lopende aanvraagprocedure had. Zij stelde in beroep dat terugkeer naar Bolivia gevaarlijk is vanwege haar status als weduwe en de schulden van haar overleden echtgenoot, en dat haar familie en partner in Nederland hierdoor in gevaar zouden komen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het terugkeerbesluit oplegde, aangezien eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die het besluit zouden moeten verhinderen. Uit het proces-verbaal bleek dat eiseres geen aanvraag voor een verblijfsvergunning had ingediend op het moment van het besluit, en latere aanvragen veranderen hier niets aan.
Verder concludeerde de rechtbank dat het opleggen van het terugkeerbesluit niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro, noch met artikel 5 van Pro de Terugkeerrichtlijn. De belangen van eiseres zijn voldoende meegewogen door verweerder. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.