Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van CTS van 11 november 2019, met producties 1 tot en met 19,
- de conclusie van antwoord van VWS met een incidentele vordering ex artikel 843a Rv, met producties 1 tot en met 11,
- het tussenvonnis van 3 november 2021, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 843a Rv van Connexxion, met productie 20,
- de akte overlegging aanvullende producties van VWS, met producties 12 tot en met 15,
- de akte overlegging aanvullende productie van CTS, met productie 21.
2.De feiten
toepasselijk juridisch kader (artikel 45 Bao Pro)
deze drie partijen hierna afzonderlijk te noemen Transvision, RMC en ZCN en hierna samen te noemen: de Combinatie).
de betrokken aanbestedende dienst die een dergelijke fout van deze inschrijver heeft geconstateerd, verplicht om met toepassing van het evenredigheidsbeginsel te beoordelen of ten aanzien van een inschrijver die een ernstige beroepsfout heeft begaan, daadwerkelijk tot een dergelijke uitsluiting moet worden overgegaan.
is geen andere conclusie mogelijk dan dat VWS in strijd heeft gehandeld met het beginsel van gelijke behandeling en de daaruit voortvloeiende transparantieverplichting, door op grond van een toetsing aan het evenredigheidsbeginsel de opdracht aan de Combinatie te gunnen, hoewel was vastgesteld dat laatstgenoemde een ernstige beroepsfout had begaan. De daarop gerichte klachten van onderdeel 2.a, die opkomen tegen het andersluidende oordeel van het hof in rov. 3.7, zijn dan ook gegrond.
3.Het geschil
in de hoofdzaak
4.De beoordeling
in de hoofdzaak
onder die omstandighedenertegen verzetten dat VWS, na de vaststelling dat de Combinatie een ernstige beroepsfout had begaan, alsnog na toetsing op proportionaliteit de opdracht aan de Combinatie zou gunnen. De Hoge Raad heeft die conclusie van het HvJEU overgenomen. [10] Dit heeft tot de slotsom geleid dat de voorzieningenrechter terecht VWS had verboden om de opdracht aan de Combinatie te gunnen en dat, zo vult de rechtbank aan, VWS dus in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel heeft gehandeld door dit wel te doen.
- die marktinformatie bij een hypothetische heraanbesteding op straat zou hebben gelegen;
- CTS bij haar nieuwe aanbieding op die informatie zou hebben kunnen inspelen.