ECLI:NL:RBDHA:2022:434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfssticker en arbeidsmarktaantekening aan mvv-plichtige vreemdeling
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om te bepalen dat hij een verblijfssticker en een arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan, tewerkstellingsvergunning niet vereist’ krijgt verstrekt. Ten tijde van de behandeling had verzoeker rechtmatig verblijf op grond van de lopende aanvraag van een verblijfsvergunning, maar dit rechtmatig verblijf leidde niet tot verstrekking van de arbeidsmarktaantekening omdat verzoeker een mvv-plichtige vreemdeling is en niet over een mvv beschikt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen rechtmatig verblijf ontleent aan zijn aangifte mensenhandel van 21 oktober 2020, omdat deze aangifte niet als zodanig door de politie is aangemerkt en er geen kennisgeving aan verweerder is verzonden. Ook het beroep op bedenktijd op grond van artikel 8, onder k, van de Vreemdelingenwet werd verworpen omdat verzoeker inmiddels aangifte had gedaan.
De aanvraag van 12/17 november 2020 werd op 28 december 2021 buiten behandeling gesteld, waardoor het rechtmatig verblijf van verzoeker per die datum is geëindigd. De voorzieningenrechter concludeerde dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot verstrekking van een verblijfssticker en arbeidsmarktaantekening wordt afgewezen omdat verzoeker geen rechtmatig verblijf met de benodigde mvv heeft.