De rechtbank behandelt een verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling en onderzoek naar kinderbeschermingsmaatregelen, mede op basis van rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming.
De Raad constateert dat de kinderen sinds 2019 geen contact hebben met de vader en een negatief beeld van hem hebben, deels beïnvloed door derden en loyaliteitsconflicten. De Raad adviseert individuele en systeemtherapie, begeleide bezoeken en monitoring van het traject, met mogelijke ondertoezichtstelling bij uitblijven van herstel.
De vader onderschrijft het advies, maar vindt een ondertoezichtstelling noodzakelijk en acht een aanhouding van negen maanden te lang. De moeder stemt deels in, ontkent ouderverstoting en wijst op bijzondere omstandigheden en geweld die het contact bemoeilijken.
De rechtbank onderschrijft het recht van kinderen op contact met beide ouders, acht hulpverlening noodzakelijk en stelt een stappenplan vast. De zaak wordt aangehouden voor zes maanden om hulpverlening op te starten, waarbij de moeder wordt opgedragen een verwijzing voor traumatherapie te regelen. Het verzoek van de moeder om vervangende toestemming wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.