Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Inleiding; aard van de zaak
5.De verdere beoordeling van de tenlastelegging
8 maart2021 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 1] , geboren op 20 september 1974, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;
8 maart2021 in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk heeft afgeleverd en verstrekt en vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meer (zeer) grote hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
8 maart2021 in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk afleveren, verstrekken
envervoeren van hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne
,zijnde cocaïne, telkens)een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden, te bevorderen, zich en anderen gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen, immers heeft verdachte:
die feiten, hebbende verdachte en zijn mededader(s)
6.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De strafoplegging
first offenderis.
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
5(
VIJF)
JAREN;