ECLI:NL:RBDHA:2022:4494
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet toekennen hogere aftrek voorbelasting en vernietiging verzuimboete wegens ne bis in idem
Eiser, een ondernemer met een eenmanszaak, voerde bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2018. Hij stelde recht te hebben op een hogere aftrek van voorbelasting dan door de Belastingdienst toegekend. De rechtbank oordeelde dat eiser niet het vereiste bewijs leverde om de hogere aftrek te onderbouwen, mede omdat facturen onduidelijk waren en niet duidelijk was welke prestaties eraan ten grondslag lagen.
Daarnaast was een verzuimboete opgelegd wegens het niet tijdig indienen en betalen van de omzetbelasting. De rechtbank stelde vast dat deze boete in strijd was met het ne bis in idem-beginsel, omdat voor dezelfde overtreding reeds eerder een boete was opgelegd en vernietigd. Daarom werd de verzuimboete vernietigd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de verzuimboete betrof en ongegrond voor het overige. De rentebeschikking werd gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 26 april 2022.
Uitkomst: De verzuimboete wordt vernietigd wegens schending ne bis in idem, terwijl de naheffingsaanslag voor de voorbelasting terecht niet verder is verminderd.