ECLI:NL:RBDHA:2022:4568
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Nigeriaanse betrokkene wegens onvoldoende bewijs lidmaatschap militante groepering
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van vermeende betrokkenheid bij een militante groepering in Nigeria en de daaruit voortvloeiende bedreigingen. Hij stelde dat hij zich in 2015 bij deze groepering had aangesloten, maar deze later had verlaten vanwege onenigheid over praktijken binnen de groep.
De Staatssecretaris wees het verzoek af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk lid was geweest van de militante groepering en dat hij bij terugkeer vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro zou ondervinden. Eiser voerde in beroep aan dat hij wel degelijk lid was geweest en dat hij vanwege zijn activiteiten bedreigd werd, maar kon dit niet met voldoende bewijs onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser niet geloofwaardig waren en dat hij onvoldoende bewijs had geleverd van zijn lidmaatschap en de dreiging die hij zou ondervinden. De rechtbank volgde het standpunt van de Staatssecretaris en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.