Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker, uit [woonplaats] ,
het college van burgemeester en wethouders van Katwijk, verweerder
Procesverloop
.Verweerder heeft zich niet laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker ontving een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, die door het college van burgemeester en wethouders van Katwijk op 15 februari 2022 werd opgeschort met een hersteltermijn. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tevens stelde hij beroep in tegen hetzelfde besluit en verzocht opnieuw om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting is vastgesteld dat het college de opschorting op 7 april 2022 heeft opgeheven en de uitkering heeft voortgezet vanaf 15 februari 2022. Hierdoor is het bestreden besluit ongedaan gemaakt en is er geen spoedeisend belang meer bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst daarom de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Het beroep tegen het bestreden besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat beroep niet mogelijk is tegen een besluit waartegen ook bezwaar is gemaakt. Verzoeker heeft ter zitting aangegeven bewust de verzoeken niet in te trekken om zijn situatie toe te lichten, maar de voorzieningenrechter kan alleen uitspraak doen over ontvankelijke verzoeken met spoedeisend belang.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op 6 mei 2022 en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.