ECLI:NL:RBDHA:2022:4580
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlaging bijstandsuitkering wegens niet-nakoming verplichtingen
Verzoeker ontving sinds 2011 een bijstandsuitkering en kreeg meerdere maatregelen opgelegd wegens het niet nakomen van verplichtingen uit de Participatiewet, waaronder het niet deelnemen aan een traject bij een organisatie en het niet meewerken aan een verzuimcontrole. De laatste maatregel betrof een verlaging van 100% van de bijstandsuitkering voor drie maanden.
Verzoeker stelde dat hij wel had meegewerkt aan de verzuimcontrole en voerde aan dat de totale periode van maatregelen niet langer dan drie maanden mocht zijn. Tevens voerde hij aan dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat hij door de maatregelen in financiële nood zou komen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker zich niet aan de verplichtingen had gehouden en dat de maatregel terecht was opgelegd binnen de wettelijke kaders. Hoewel het motiveringsgebrek in het besluit onvoldoende was, bood dit onvoldoende aanleiding voor een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van de bijstandsuitkering is afgewezen.