ECLI:NL:RBDHA:2022:4602
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende onderbouwing dood vader en broer
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, verzocht asiel in Nederland met het argument dat hij vreest voor zijn neef die zijn vader en broer heeft vermoord en hemzelf wil doden vanwege erfeniskwesties. De staatssecretaris wees het verzoek af omdat eiser geen documenten kon overleggen ter onderbouwing van zijn verhaal en zijn verklaringen als vaag en tegenstrijdig werden beoordeeld.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat eiser ondanks zijn analfabetisme voldoende in staat was om zijn verhaal te vertellen. Echter, het ontbreken van overlijdensdocumenten en het niet aannemelijk maken van de dood van zijn vader en broer, gecombineerd met tegenstrijdigheden in zijn relaas over zijn verblijf in Nigeria na de dood van zijn familieleden, maakten zijn asielverzoek ongeloofwaardig.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk bedreigd werd door zijn neef en dat zijn vertrek uit Nigeria niet tijdig was, wat de geloofwaardigheid van zijn vrees ondermijnde. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens een ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bewijs voor de dood van vader en broer.