ECLI:NL:RBDHA:2022:4605

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 mei 2022
Publicatiedatum
16 mei 2022
Zaaknummer
NL21.9496
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens kennelijk ongegrond verklaarde aanvraag

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 9 juni 2021 in de verlengde procedure als kennelijk ongegrond is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 14 april 2022 tijdens een zitting in Breda behandeld, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.9495) op dezelfde dag, acht de voorzieningenrechter het treffen van een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W. Anker en griffier A.J.J. Sterks en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.9496

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. W.N. van der Voet),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 9 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.9495, op 14 april 2022 in Breda op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A.C. de Costa. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.9495, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.