ECLI:NL:RBDHA:2022:4629
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot uitlokken strafvervolging in Brazilië verleend door rechtbank Den Haag
De officier van justitie verzocht op 1 maart 2022 om een machtiging ex artikel 5.3.1, vierde lid, Sv om het strafdossier met een voorstel tot uitlokking van strafvervolging in Brazilië aan de Minister van Justitie en Veiligheid te overleggen. Dit verzoek volgde op de wens van de benadeelde partij zich te voegen in de strafzaak en het ontbreken van schriftelijke instemming voor uitlokking in Brazilië.
De rechtbank Den Haag behandelde de vordering op 12 april 2022 in raadkamer, waarbij de belanghebbende werd gehoord. De officier van justitie stelde dat de rechtbank bevoegd was en dat strafvervolging in Brazilië de meest efficiënte vervolgingsroute is, mede vanwege de woonplaats van getuigen en de civiele procedure aldaar. De belanghebbende verzette zich tegen de uitlokking in Brazilië vanwege procedurele moeilijkheden en mogelijke executie elders.
De rechtbank oordeelde dat de rechtbank Den Haag bevoegd is en dat het onderzoek in Nederland is afgerond. Het overige onderzoek, met name het horen van getuigen, moet in Brazilië plaatsvinden. Gezien de redelijke termijn en de civiele procedure in Brazilië verleent de rechtbank de machtiging tot uitlokking van strafvervolging in Brazilië.
Uitkomst: De rechtbank verleent de officier van justitie machtiging tot het uitlokken van strafvervolging in Brazilië.