ECLI:NL:RBDHA:2022:4646

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2022
Publicatiedatum
17 mei 2022
Zaaknummer
NL21.19178
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 VreemdelingenwetArt. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak heeft de verzoeker een aanvraag gedaan om uitstel van vertrek te verkrijgen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld bij het primaire besluit van 3 december 2021. Hiertegen is bezwaar gemaakt, maar dit bezwaar is bij besluit van 14 januari 2022 ongegrond verklaard.

De verzoeker heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht voorlopig toegewezen op basis van de aangeleverde informatie.

De rechtbank heeft echter geoordeeld dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het beroep zelf (zaaknummer NL22.2178). Daarom is het verzoek afgewezen en is er geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.19178

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoeker

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.M. van Duren).

Procesverloop

Bij besluit van 3 december 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om hem uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet buiten behandeling gesteld.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 14 januari 2022 (het bestreden besluit) is het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 en Pro artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak buiten zitting.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling voorlopig toegewezen. Op grond van de beschikbare informatie is voldoende aannemelijk gemaakt dat verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt daarom toegewezen.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.2178, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Het verzoek wordt daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.