ECLI:NL:RBDHA:2022:4703
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunningaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 4 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 11 mei 2022 behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, ondanks bericht van verhindering. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat op diezelfde dag uitspraak is gedaan in het hoofdberoep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na niet-ontvankelijkverklaring van de verblijfsvergunningaanvraag.