ECLI:NL:RBDHA:2022:4706
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen bewaring vreemdeling
Verzoeker werd op 28 april 2022 onder bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hiertegen stelde verzoeker beroep in. De maatregel van bewaring werd op 6 mei 2022 opgeheven vanwege uitzetting naar België. Verzoeker trok vervolgens het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, dat een proceskostenveroordeling mogelijk maakt als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig herroept dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig wordt erkend. De rechtbank stelde vast dat de bewaring werd opgeheven vanwege uitzetting en niet als tegemoetkoming aan het beroep.
Verder oordeelde de rechtbank dat verzoeker tijdig was geïnformeerd over de overdracht en dat de stelling dat de uitzetting naar Marokko zou plaatsvinden niet opging. Daarom was er geen sprake van tegemoetkomen in de zin van de wet en wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen omdat de bewaring is opgeheven vanwege uitzetting en niet als tegemoetkoming aan het beroep.