Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Poolse nationaliteit, werd op 29 april 2022 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Kort daarna bleek dat eiser nog een strafrechtelijk vonnis moest uitzitten. Verweerder heeft de bewaring op 4 mei 2022 opgeheven en eiser heeft beroep ingesteld tegen de bewaring en tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend.
De rechtbank beoordeelt of de tenuitvoerlegging van de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was. Uit het beleid van verweerder volgt dat bij bekendheid met een strafrechtelijk vonnis de uitvoering daarvan zo spoedig mogelijk plaatsvindt. De rechtbank acht dit beleid redelijk en constateert dat verweerder binnen enkele dagen na de bewaring de Justitiële Documentatie opvroeg en een vertrekgesprek voerde.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld door de bewaring snel op te heffen na constatering van het strafrechtelijk vonnis. Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.