ECLI:NL:RBDHA:2022:4763
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek maatschappelijke opvang op grond van Wmo 2015
Eiser heeft bij het gemeentelijk daklozenloket een verzoek ingediend om maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), nadat hij te horen had gekregen dat hij in Haarlem geen opvang meer kon ontvangen. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft dit verzoek afgewezen omdat eiser onvoorbereid naar Nederland is gekomen en naar oordeel van het college op eigen kracht of met gebruikelijke hulp in zijn behoefte aan opvang kan voorzien.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, maar dit bezwaar is eveneens ongegrond verklaard. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom eiser niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. Er is geen sprake van beperkingen die verhinderen dat eiser zich op eigen kracht kan handhaven.
De rechtbank overweegt dat het feit dat eiser ondanks zijn inspanningen nog geen woning heeft kunnen vinden, niet leidt tot een andere uitkomst. Bovendien was te voorzien dat eiser na zijn vertrek uit Curaçao afhankelijk zou zijn van opvang, omdat hij geen woning in Nederland had. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om maatschappelijke opvang wordt ongegrond verklaard.