ECLI:NL:RBDHA:2022:478
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Karsten - Badal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld. Omdat de rechtbank in de hoofdzaak reeds uitspraak heeft gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en griffier en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.